PREEK Oecumenische viering,
Week van gebed voor de eenheid, zondag 22 januari 2012

Schriftlezingen: Habakuk3:17-19; 1 Korinthiërs 15.51-58 ; evangelie van Johannes 12.23-26

De vreugde voert ons naar dit huis,waar ’t Woord aan ons geschiedt….
Het is een vreugde dat we vanochtend hier verenigd vanuit verschillende kerken samenzijn om te luisteren naar Gods Woord en samen met elkaar te bidden
De schriftlezingen van deze dag en het thema van deze oecumenische viering hebben bij u en ook bij mij wel enige verwondering gewekt. Winnen met gevouwen handen, hoe doe je dat?
En de toon en de inhoud van de schriftlezingen, van de profeet Habakuk, van de brief van Paulus en van het evangelie van Johannes is ook niet direct vreugdevol.
Zo op het eerste gezicht gaan zij over niet over het leven hier en nu , maar over het einde van het leven en over het eeuwig leven. En dan lezen we in het evangelie: wie het leven liefheeft, zal het verliezen, en wie het leven haat zal het behouden voor het eeuwig leven. Een en ander vraagt om enige uitleg. Wat is de boodschap voor ieder van ons en wat betekent dit nu met het oog op de Oecumene in deze Gebedsweek voor de Eenheid.

Om te beginnen: deze schriftgedeelten zijn niet gekozen door de voorbereidingsgroep van deze viering. We hebben ze aangereikt gekregen.
Elk jaar wordt door een groep, telkens van een ander land, de teksten en de gebeden voor de Week voor de Eenheid samengesteld. Dit jaar heeft een groep theologen van de Poolse kerken dat gedaan. Zij hebben eerst hun eigen situatie onder de loupe genomen en geconstateerd dat zij in de laatste decennia veel goeds hebben bereikt. De vakbond Solidariteit heeft gezorgd voor grote politieke veranderingen. Polen is lid geworden van de Europese Gemeenschap. En een Poolse bisschop werd tot Paus gekozen: de nu zalige Johannes Paulus II. Er is alle reden voor hen om trots te zijn. Dit alles heeft bij de Polen een gevoel van ‘overwinning’ teweeg gebracht. Zij verbinden de ‘veranderingen’ die zij zelf hebben meegemaakt in hun land met het begrip ‘overwinning’. En zo hebben ze gekozen voor een tekst van de apostel Paulus, waarin het ook gaat om verandering’ en om ‘overwinning’. Maar met die tekst van Paulus leggen zij het accent op een ander soort overwinning dan in de politiek of de sport gebruikelijk is.

De tekst van de apostel Paulus spreekt ons op meerdere wijzen aan.
Paulus tracht antwoord te geven op de vraag wat er na onze dood gebeurt, een vraag die ook vandaag ons nog steeds bezighoudt. Boeken die daarover verschijnen vinden gretig aftrek.

Paulus legt er de nadruk op dat we na onze dood veranderen: ons vergankelijk lichaam wordt met onvergankelijkheid bekleed. Wat dat betekent wordt zichtbaar op de vroege Paasmorgen wanneer Maria van Magdala in de tuin van de Verrijzenis Jezus niet herkent: Hij is veranderd en zij herkent Hem pas aan Zijn stem. In de brief van Paulus lezen we hier dat de dood is verdwenen dankzij Jezus Christus die de dood heeft overwonnen. En wij, zo zegt Paulus, mogen delen in die overwinning en dankzij Hem zullen wij allen veranderd worden en ook wij nieuw leven ontvangen. Op deze wijze tracht Paulus aan het mysterie van leven en dood en aan zijn geloof in de Opstanding woorden te geven.

Paulus heeft het over ‘leven in de eeuwigheid’.
En hij schrijft dan aan de gemeente van Korinthe: Laten we God danken…..die door Jezus Christus….de overwinning geeft. De liefde van Christus is sterker dan de dood.
Dankzij Hem zijn wij allen kinderen van de opstanding.
Dat heeft niet alleen betekenis voor het leven hierna, maar ook voor ‘het leven hier en nu’

Daarom ook kan Paulus zeggen: wees standvastig en zet u volledig in voor het werk van de Heer. Uw inspanningen zullen dankzij de Heer nooit tevergeefs zijn.

In het evangelie van Johannes lezen we vandaag:
De tijd is gekomen…..om te leven in hoop en in verwachting, want Jezus is ons voorgegaan.
Door Hem is de dood overwonnen en door Hem hebben we deel aan het eeuwige leven. Wij zullen allen veranderd worden door de Overwinning van Jezus Christus.
Jezus overwinning van de dood is een boodschap van geloof, van hoop en van liefde. Vanuit dit vertrouwen in de toekomst, worden we hier en nu geïnspireerd en opgewekt om ons volledig in te zetten voor het werk van de Heer. Dat betekent nu , vandaag, Jezus, de Dienaar, navolgen door Zijn Weg te gaan. Het vraagt om een ommekeer, een bekering, een verandering. Waar het om gaat, lezen we in de woorden van Jezus als Hij zegt: Wie zijn leven liefheeft, zal het verliezen, en wie in deze wereld zijn leven haat, zal eeuwig leven ontvangen. Dat zal minstens betekenen: niet langer al je aandacht en je tijd vragen voor jezelf, niet te veel gehecht zijn aan het aardse, aan alles wat tijdelijk en voorbijgaand is. Dan krijg je tijd en ruimte om je te richten op de Ander, op God, en op de ander naast jou. Omzien naar elkaar, dienstbaar zijn, zorgen voor je naasten, voor mensen die kwetsbaar zijn, je inzetten voor vrede en gerechtigheid, dat heeft eeuwigheidswaarde.

Al ons doen vraagt ook om de kracht van het gebed.

Deze week staat in het teken van het Gebed, bidden om eenheid tussen alle christenen.
We zijn met elkaar op weg, in verbondenheid overigens met onze joodse broeders en zusters, met wie wij immers het Eerste Testament delen en het geloof in de komst van de Messias.

De week voor de eenheid gaat over 8 dagen van gebed, van 18 -25 januari. Voor elke dag is er een schriftlezing, een gebed en een korte overweging.
Daarin wordt het thema van ‘verandering nader uitgewerkt.
Het laat zien wat we allemaal kunnen doen om de eenheid te beleven.

Voor sommigen is er , terugkijkend naar de laatste 40 jaren, sprake van een rijke oogst van de oecumene en de eenheid met elkaar .Voor anderen gaat het te langzaam. Ook al geloven we samen dat de Heer ook zelf aanwezig is in Zijn Woord, dat we samen beluisteren en overwegen, toch zouden velen ook graag aan Tafel willen gaan.
Het doet pijn dat nog steeds niet mogelijk is. Oecumene vraagt soms veel van je geduld en dat hebben we eigenlijk maar weinig. De leerlingen vroegen ooit aan Jezus: gaat gij in deze tijd het koningschap over Israel herstellen( Handelingen 1.6) En ze kregen als antwoord: het komt u niet toe tijd en het ogenblik te kennen. Alleen mijn Vader in de hemel weet dat.
Zo is het ook met ons: wij zouden graag zelf de eenheid willen verhaasten en mogelijk maken. En dan moet je ervaren dat er meer tijd nodig is. Het is niet voor niets dat in deze week van de eenheid ook gebeden wordt om ‘verandering door geduld’ . We hebben de kracht van het gebed nodig om het geduld op te brengen.
Het is niet voor niets dat we vandaag ook uit de profeet Habakuk lezen. Ook al is er geen reden tot vreugde, ook al heb je aan alles tekort, materieel en geestelijk, toch zo zegt Habakuk: God de Heer is mijn kracht .De profeet, hij houdt de moed erin en gelooft in toekomst. Zijn geloof reikt hij ons aan in ons persoonlijk leven op al die momenten wanneer wij geen uitzicht meer zien.
En ook als er tijden zijn waarin we in de oecumene weinig groei en verandering zien, juist dan, zo horen we van de profeet, is het van belang te bidden en om te vertrouwen op God die ons nieuwe kracht en moed zal geven en geduld.
Bidden betekent overigens niet : alleen maar passief afwachten. Wachten en bidden verandert ons en maakt ons open voor God en voor elkaar en bereidt ons voor op de eenheid, niet zoals wij die plannen, maar zoals God die ons schenkt. Wij mogen doen wat wij kunnen, de weg bereiden door samen te bidden , samen naar Gods Woord te luisteren en samen te handelen in de geest van Jezus.
En we kunnen dankbaar zijn om alles dat we samen kunnen doen in de Raad van Kerken: samen doen we aan diaconie en zorgen we voor de Voedselbank, samen tonen we ons gezicht aan de samenleving, samen doen we, ook in verbondenheid met anderen, binnen de WMO-raad mee aan het zorgen voor de meest kwetsbaren in ons midden. We organiseren lezingen over geloven in deze tijd. Zo zijn er veel momenten van ontmoeting, waardoor we elkaar beter leren kennen. We leren ook kennen wat de ander van waarde acht en we krijgen respect voor de wijze waarop een ander zijn geloof beleeft. We kunnen samen in het Leerhuis ons verdiepen en meer vertrouwd raken met Gods Woord, waarin Hij naar ons toe komt in de vele verhalen uit het Eerste Testament en uit het Evangelie. En we bidden samen tijdens de Versperdiensten in de Advent en in de Veertigdagentijd.
Zo worden we samen rijker van onze ontmoetingen en veranderen we gaandeweg en groeien we meer naar elkaar toe.
We spreken elkaar aan op ons geloof en we spreken over ons geloof met anderen. We getuigen van wat er in ons leeft, wat voor ons van waarde is.

Wat is de kerk jou waard? Zo roept deze maand de poster van Kerkbalans ons toe.

Een boeiend gesprek kan het worden onder elkaar als we deze vraag aan elkaar stellen: wat is de kerk jou waard? Wat is de oecumene jou waard?

Deze Week van Gebed maakt ons bescheiden en tegelijk vol van verwachting. Zij leert ons dat de eenheid die wij verlangen hier en nu wel al zichtbaar is door ons doen. En tegelijk horen we: de eenheid is niet zo iets als een ‘overwinning’ die we zelf bewerken. Ze wordt ons geschonken. Dat betekent ; winnen met gevouwen handen. Dat wil zeggen: wij bidden om kracht om de eenheid hier en nu gestalte te geven en we bidden met verlangen, met hoop en vertrouwen dat de uiteindelijke eenheid ons gegeven mag worden.

De gebedsweek van de eenheid eindigt op de achtste dag.
De achtste dag is een dag die ons doet vooruitkijken naar de tijd die komt, naar Hem die naar ons toekomt. Hij nodigt ons uit om in hoop en in verwachting te leven en hier en nu de hoop levend te houden door in woord en in daad de blijde boodschap van het evangelie zichtbaar te maken. Daarbij hebben we elkaar nodig en de Heer zelf vergezelt ons met zijn Geest, zijn zegen en zijn kracht

Vanuit de tuin van de verrijzenis klinkt zijn Stem
In het licht van de morgen is Hij het die ieder van ons roept om op te staan

Laat ons antwoord zijn:
Hier ben ik, Heer

Laat dan mijn hart u toebehoren
En laat mij door de wereld gaan
Met open ogen, open oren
Om al uw tekens te verstaan


Preek in PDF formaat: